Almeerder hoort 4 maanden cel tegen zich eisen

Almeerder hoort 4 maanden cel tegen zich eisen

ALMERE - De officier van justitie heeft vorige week vier maanden celstraf geëist tegen de 28-jarige Luicgiano H. uit Almere voor het ter beschikking stellen van bankrekeningnummers van derden om daar gestolen geld op te laten storten. Op die manier maakte hij het mogelijk dat criminelen tienduizenden euro’s van slachtoffers uit onder meer Almere en Amsterdam konden opnemen.

ALMERE – De officier van justitie heeft vorige week vier maanden celstraf geëist tegen de 28-jarige Luicgiano H. uit Almere voor het ter beschikking stellen van bankrekeningnummers van derden om daar gestolen geld op te laten storten. Op die manier maakte hij het mogelijk dat criminelen tienduizenden euro’s van slachtoffers uit onder meer Almere en Amsterdam konden opnemen.

De verdachte zegt zelf dat hij dit slechts drie keer gedaan heeft. Justitie verdenkt hem van zeven keer en wel in de periode december 2013 tot en met februari 2014.

Tijdens een onderzoek naar internetbankfraude stuitte de politie op de Almeerder. De man was via social media benaderd met de vraag of hij wat extra geld wilde bijverdienen. Het leek een eenvoudig klusje, hij moest bankpasjes van anderen regelen. Op de rekeningnummers zou geld worden gestort dat H. er contact moest afhalen. Het contante geld kwam een van de opdrachtgever dan zelf in de bij H. ophalen. De afspraak was dat hij dertig procent van het gestorte bedrag mocht houden.

De Almeerder die wel wat extra geld kon gebruiken, hapte toe. Hij benaderde in december 2013 drie mensen uit zijn omgeving en vroeg of zij hun bankrekeningen ter beschikking wilden stellen. In ruil daarvoor zouden zij een kleine vergoeding krijgen. In totaal werd er in december 2013 meer dan 7000 euro op de rekeningen gestort, van drie verschillende slachtoffers.

Begin januari hield H. het volgens zijn eigen zeggen voor gezien. Hij was vader geworden en wilde het juiste pad bewandelen. Zijn telefoon waarmee hij met de opdrachtgever correspondeerde, gaf hij aan zijn jongere broertje. Hijzelf had een nieuwe telefoon met een nieuw nummer. Het oude gebruikte hij niet meer.

Uit de telefoongegevens van de telefoon die hij aan zijn broertje zou hebben gegeven, bleek dat er ook in februari 2014 nog een aantal transacties zijn gedaan. In totaal zou het gaan om tienduizenden euro’s. H. zegt dat hoogstwaarschijnlijk zijn broertje is doorgegaan met de handel, want hijzelf was het niet.

Justitie gelooft H. niet. Op camerabeelden van februari 2014 bij pinautomaten in onder meer Almere en Haarlem is een persoon te zien die veel op H. lijkt.

De broer van H. kan niet meer ondervraagt worden. De man is in december 2014 overleden.

Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.